Rotary Doctors Nederland 2018

Doel, middelen, organisatie, beleidsplan, projecten

Rotary Doctors Nederland (RDN) heeft op 1 januari 2015 een nieuw bestuur gekregen, dat van meet af aan heeft ingezet op de transitie van RDN als organisatie, traditioneel gericht op directe medische hulpverlening in ontwikkelingslanden naar een organisatie, die medische kennis en ervaring wil overdragen op locale artsen, verpleegkundigen en paramedici en niet in de laatste plaats hun bestuurders.

Doel en middelen

Het doel van RDN is onveranderd het bevorderen van (duurzame) gezondheidszorg in ontwikkelingslanden, waar gezondheidszorg op grote achterstand staat en al wat daarmee verband houdende. RDN wil dat bereiken door (para)medici voor bepaalde tijd onbezoldigd uit te zenden naar gebieden, waar deze hulp – met nadruk op overdracht van kennis en vergroten van handvaardigheden – kansrijk leidt tot kwalitatief betere zorg, die voor grote groepen bereikbaar is.

Organisatie, bestuur en financiën

RDN bestaat uit een poule van medische professionals (huisartsen, medisch specialisten, tandartsen en meer recent ook paramedici), die bereid zijn onbezoldigd medisch werk te verrichten in ontwikkelingslanden. RDN zoekt deze vrijwilligers zowel in eigen (Rotary) kring als daarbuiten. Jaarlijks worden gemiddeld 35 (tand)artsen, apothekers en paramedici voor 4 tot 6 weken uitgezonden.

Het dagelijks bestuur van RDN bestaat uit vier personen: de voorzitter, secretaris, penningmeester en Public Relations Manager (PRM). Het bestuur vergadert eenmaal per kwartaal en zo veel vaker als nodig. RDN kent drie, deels preventie-, deels curatief-gerichte programma’s: zorg op basisniveau, zorg op ziekenhuisniveau en basistandheelkundige zorg. De programma’s worden geleid door drie programmadirecteuren: een huisarts, een medisch specialist en een tandarts. Bestuur en programmadirecteuren vormen samen het Managementteam (MT), dat tenminste twee maal per jaar vergadert over voortgang en resultaat van de projecten en verder besluit over start en beëindigen van projecten. De programmadirecteuren dragen vanuit hun medische professie verantwoordelijkheid voor de inhoud van de projecten. De uitgezonden (tand)artsen en paramedici rapporteren aan de programmadirecteuren, maar zijn voor hun medisch werk op locatie ieder individueel zelfstandig professioneel verantwoordelijk. Actuele BIG (her)registratie is dan ook een absoluut vereiste voor uitzending.

RDN ontvangt structurele en incidentele bijdragen uit in hoofdzaak  drie bronnen:

  1. Nederlandse Rotary Clubs (RC’s). Een (beperkt) aantal RC’s doneert structureel jaarlijks een bedrag á €5-10/lid. Deze bijdragen lopen de laatste jaren echter sterk terug. Onvoldoende zichtbaarheid van RDN projecten speelt mogelijk een rol, maar zeker ook de uitgesproken wens van RC’s zich meer en zichtbaar op de eigen regio te willen richten, speelt onmiskenbaar mee. Koppeling van een uit te zenden team aan enige (regionaal) samenwerkende RC’s zou de betrokkenheid via ondersteuning van een dergelijk team wellicht kunnen vergroten.
  2. Een aantal landelijke organisaties, die RDN al gedurende een reeks van jaren op projectbasis steunen. Deze inkomsten vertonen helaas ook een dalende tendens, soms omdat deze organisaties hun steun expliciet willen richten op ‘niet-gouvernementele organisaties’ (NGO’s). RDN wordt gezien als een particuliere, vooral logistiek opererende organisatie, primair gericht op uitzending van professionals veelal voortkomend uit Rotary, terwijl het primaire doel zou moeten zijn verhoging van het niveau van gezondheidszorg.  De uitzending van artsen, i.c. Rotarians en non-Rotarians, is slechts een middel daartoe.
  3. Incidentele donaties van organisaties en/of particulieren.

Beleidsplan 2018 in tien punten:

  1. RDN zendt artsen, tandartsen en medisch specialisten uit naar ontwikkelingslanden, thans Kenia en Ethiopië, ter verbetering en verhoging van het niveau van medische zorg aldaar.
  2. RDN legt daarbij sterk de nadruk op onderwijs en (na)scholing. De traditionele aanpak waar zorg wordt verleend, lees ingevuld door westerse artsen schept blijvende afhankelijkheid van medische hulp. Deze moet plaats maken voor overdracht van kennis en vaardigheden: ‘van dokteren naar leren dokteren’ door training on the job.
  3. RDN wil haar werk concentreren in kansrijke landen/regio’s en richten op organisaties met een krachtige ambitie tot verbetering met helder en realistisch geformuleerde doelen. Door middel van gestandaardiseerde inventarisatie kan de reële behoefte worden gemeten, cq scherper in kaart worden gebracht
  1. RDN realiseert zich dat zorg in de praktijk zich primair op individuen richt, maar wil tegelijk meer en krachtiger inzetten op verhoging van de gezondheid van de gehele populatie door preventie-, leefstijl- en voedingsadviezen.
  2. RDN streeft proactief naar duurzame samenwerking met andere partners, binnen en buiten Rotary, ook internationaal, gericht op synergie in haar projecten en aanwijsbare ‘toegevoegde waarde’ in de keten. Zo kan de beschikbaarheid van schoon water en onderwijs de impact van zorg sterk vergroten.
  3. RDN biedt diensten aan met specifiek en, op basis van gearticuleerde vraag en waargenomen behoefte, divers samengestelde teams (artsen, verpleegkundigen, paramedici).
  4. RDN wil programmatisch werken krachtig bevorderen met ‘SMART’   (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdgebonden) of ‘RUMBA’ (relevant, understandable, measurable, behavioral, attainable) geformuleerde doelen.
  5. Ter voorkoming van afhankelijkheid, cq ongewenste zorgsubstitutie door ontwikkelingshulp van onbepaalde duur wordt welbewust een ‘exitstrategie’ gehanteerd:  exit vindt plaats op basis van bereiken van tevoren afgesproken doelen, bijv. wanneer 80% van het programma is geïmplementeerd, met een maximumduur van vijf jaar. Daarna kunnen programma’s op nieuwe locaties worden voortgezet.

Lopende projecten: area’s of activity 2017

  • Basisgezondheidsprojecten door huisartsen (Kilifi en Mbita/Kisii, Kenia) met doel het opzetten /verbeteren van de lokale praktijk voor het opsporen, diagnosticeren en behandelen van non-communicable diseases, vooral de ook in ontwikkelingslanden snel toenemende incidentie van hart- en vaatziekten en diabetes mellitus. Daarnaast wordt vanouds screening/inspectie van baarmoederhalskanker verricht.
  • Ziekenhuisproject door medisch specialisten (Kisii referral and teaching hospital, KRTH in Kenia) met het doel een regionaal “level 5” ziekenhuis bij te staan door enerzijds kennisoverdracht en scholing en anderzijds implementatie van administratieve en zakelijke procedures om het hogere niveau “level 6” te bereiken. Dit opent de weg voor KRTH ter verkrijging van nationale fondsen en daarmee verbreding en verbetering van de specialistische zorg voor Kisiï en omliggende regio.
  • Basistandheelkundeproject door tandartsen en mondhygiënistes (Dembi Dollo in Ethiopië) waar RDN gedurende 5 jaar in samenwerking met NCS, het Nekemte Catholic Secretariat, een gebied zonder tandheelkundige zorg te voorzien met een combinatie van tandheelkunde, voorlichting en informatie aan de bevolking maar ook het opleiden van een Dental Therapist, die op moment dat het project ten einde is zelfstandig een basis voor tandheelkundige zorg in Dembi Dollo kan vormen.

Toekomst

De toekomst van RDN vereist permanente inzet en aandacht van het bestuur en allen binnen en buiten Rotary, die RDN willen steunen. Daarvoor zijn nodig:

  1. Kansrijke projecten in veilige landen, die aan de criteria van RDN voldoen
  2. Voldoende beschikbaarheid van artsen/tandartsen/medische specialisten/paramedici, die bereid zijn zich belangeloos voor RDN in te zetten
  3. Duurzame financiering.

Projecten hebben doorgaans een looptijd van 3-5 jaar. Om volledig betrokkenheid en engagement te realiseren is duurzame financiering een absoluut vereiste. Het bestuur rekent erop dat de Nederlandse Rotary Community zijn verantwoordelijkheid neemt adequate basis financiering te (blijven) waarborgen.  Deze vormt samen met (externe) sponsoren en donateurs de financiële basis, zonder welke de projecten structureel niet kunnen worden uitgevoerd.

[i] Vastgesteld, Amersfoort, 15 januari 2018